Conscriptie

Conscriptie

De dienstplicht of conscriptie werd door Napoleon in Frankrijk geïntroduceerd in 1798, toen de wet Jourdan-Delbrel werd aangenomen. Napoleon had voortdurend soldaten nodig om zijn vele oorlogen te kunnen voeren. In Limburg kreeg men direct met de nieuwe wet te maken. Na de annexatie van het Koninkrijk Holland door Frankrijk voerde Napoleon d.m.v. een decreet van 18 oktober 1810 in het hele land de conscriptie in, vanaf januari 1811.

De dienstplicht geschiedde door loting. De procedure verliep als volgt:
In Parijs werd het aantal benodigde ‘conscrits’ vastgesteld. De taak om de jongemannen bijeen te brengen verliep via departementen en prefecten, vervolgens arrondissementen, kantons en gemeenten. De ‘maire’, die aan het hoofd van een gemeente stond, stelde een lijst op van inwoners die in aanmerking kwamen voor de dienstplicht: jongemannen die in het desbetreffende jaar 20 werden. Met behulp van de gemeentelijke lijsten werden per kanton de zg. conscriptielijsten opgesteld. De beoogde dienstplichtigen moesten in het kanton hun lot uit een trommel trekken en daar werden zij ook gemeten. Vervolgens werden de lotelingen opgeroepen voor de Raad van Rekrutering te verschijnen. De Raad keurde de jongemannen, accordeerden remplaçanten (vervangers) en verleenden in bijzondere gevallen uitstel of vrijstelling.

Loting in de Amstelkerk. Gravure van Elizabeth Schmetterling

Bron:
P.D. Hoogenraad,
Bloedbelasting. De conscriptie in het departement Zuyderzee (1810-1813). Masterscriptie Universiteit van Amsterdam 2012.